zondag 29 mei 2016

Eén doel: minder beesten

Maria Berkers uit Deurne strijdt tegen 'de industriële veeteelt'
Eindhovens Dagblad, zaterdag 7 mei 2016.  
DOOR ROB DE BRUYN E-MAIL: R.DEBRUYN@ED.NL
DEURNE
'Uiteindelijk gaat de discussie altijd over de verdienmodellen voor de boeren." Die les leerde Maria Berkers de voorbije jaren als voorzitter van Stop de Stank. De inzet van de Deurnese vereniging is heel anders: eerst een stop op het aantal landbouwdieren, per deelgebied welteverstaan, en daarna verkleining van de veestapels. De twee uitgangspunten lijken niet samen te gaan. 

Berkers (67) en haar collega's van Stop de Stank kijken tegenwoordig over de gemeentegrenzen heen. Om een vuist te kunnen maken tegen de agrarische lobby en de 'industriële veeteelt' is een sterke tegenbeweging nodig, was vorig jaar de conclusie. "Het moest naar een hoger niveau", aldus Berkers.

Zo ontstond het Burgerplatform Minder Beesten, een samenwerkingsverband van zestien burger(milieu)groeperingen uit heel Brabant. Samen met twee anderen werkte Berkers de voorbije tijd aan een actieplan (website, petitie, publieksactie). Want binnen enkele maanden beslissen Provinciale Staten over het nieuwe mestbeleid en daarmee in feite ook over de aantallen dieren. En dus is het ijzer nu heet en moet het worden gesmeed.

Het begon klein voor Berkers, eind 2010, met een ingezonden brief in het Weekblad voor Deurne. Ze woont in de wijk Heiakker, aan de oostkant van het dorp. Ze was de stankoverlast van de nabijgelegen veehouderijen zat. Met 'Slapen in een varkensstal' maakte ze iets los. In een plaats waar de Boerenbond, de ZLTO en het CDA nog altijd aan vele touwtjes trokken, werd voorzichtig duidelijk dat Berkers niet alleen stond. "Mensen begonnen me te vinden. Ik wist meteen: nu begin ik ergens aan."

Ze had A gezegd, nu moest ze ook B zeggen. Zo voelde Berkers dat. Verantwoordelijkheid dragen had er altijd al in gezeten. Ze was jong politiek actief, kan naar eigen zeggen niet tegen onrechtvaardigheid. En dus pakte ze de handschoen op.

Er zou een gezamenlijke advertentie komen in het Weekblad. Sommigen wilden die aan de burgemeester richten. Nee, wist Berkers, de brief is bestemd voor de gemeenteraad. Uiteindelijk is de raad de baas. Toen de ZLTO in een reactie schande sprak van het initiatief hield Berkers haar medestanders in toom. "Wij moesten geen ruzie maken met de ZLTO. Het ging om de politiek."

Begin 2011 kreeg Stop de Stank meer vorm. Berkers zorgde ervoor dat het initiatief geen stichting werd, maar een vereniging. Met leden dus en openbaarheid. "Openbaarheid is belangrijk. Wij zijn zo transparant mogelijk. Iedereen mag naar onze vergaderingen komen. Elk jaar maken we een rondje langs de politieke partijen. En de contributie is nog steeds tien euro per jaar."

De inhoudelijke koers is dus wel veranderd: verbreed. Het gaat allang niet meer alleen om de strijd tegen de stankoverlast. Berkers: "Je krijgt eigenlijk als vanzelf meer inzicht, mede door de contacten die je opdoet en doordat ook artsen zich met de kwestie gingen bezighouden. Het gaat om de volksgezondheid."

Zuidoost-Brabant kent de grootste concentratie landbouwdieren van Europa (zie tabellen: CBS-cijfers) en dan vooral in de Peel. Mestverwerking en luchtwassers op stallen zijn niet afdoende om een goed leefklimaat te garanderen, menen natuur- en milieuactivisten en ook een aantal huisartsen en gewone burgers. Hun claim: er is te veel ammoniak en fijnstof en dat is slecht voor de bodem, slecht voor de lucht en dus slecht voor mensen. 
Luchtweginfecties en bepaalde longziektes worden in verband gebracht met de intensieve veehouderij. Hard bewijs, één-op-één, is er niet. Nóg niet wellicht, onderzoeken lopen. Berkers: "Er zijn inmiddels voldoende aanwijzingen voor een verband. De kwalen van mensen - traanogen, verstopte neuzen - zijn de voorbije jaren niet afgenomen. De overheid dient het voorzorgsprincipe te hanteren."

Officieel heeft Stop de Stank op dit moment ruim 140 leden. De werkelijke support is groter. Maar lang niet iedereen durft vrijuit zijn steun te betuigen. In dorpen zijn mensen nauw met elkaar verbonden. Ze zitten bij dezelfde sport- en muziekverenigingen, doen boodschappen in dezelfde winkels. Wie Stop de Stank openlijk steunt, riskeert wat. De discussie over de intensieve veehouderij heeft in Deurne zelfs familieleden uit elkaar gedreven. Dit is vandaag de dag de tragiek van het platteland, weet Berkers. "De sociale verbanden gaan eraan."

Berkers heeft een vriendelijke uitstraling. Maar ze weet van wanten. Op jonge leeftijd reisde ze in haar uppie door Zuid-Amerika. Tal van levenslessen deed ze er op. Later maakte ze als docent in het volwassenenonderwijs anderen wegwijs. Inmiddels is ze met pensioen. Berkers is slim, welbespraakt en kan ingewikkelde materie goed vertalen. Steeds benadrukt ze dat de acties niet gericht zijn tegen boeren. "Ik heb ook helemaal niks tegen boeren. Het gaat om de schaal: de verhoudingen zijn zoek. Het is aan de politiek om daar iets aan te doen." Ondanks deze visie zijn de reacties vanuit de boerenstand soms fel. "Ik zou een massamoordenaar zijn, omdat ik mensen in Afrika ons Nederlandse vlees zou willen onthouden. Tja..."

Berkers kent de historie van de voedseltekorten na de Tweede Wereldoorlog en de maatregelen. De landbouw kreeg ruim baan. Dat was noodzakelijk en dus volstrekt legitiem, vindt ook de Deurnese. "Maar de regels zijn sindsdien nooit aangepast, terwijl de omstandigheden wél totaal anders zijn. Tachtig procent van de Nederlandse vleesproductie is voor de export, maar hier hebben we er zelf de nadelen van. Waarom vinden we dat normaal?"

Mestverwerking zorgde voor een dilemma, aldus Berkers. "Dertig tot veertig procent van het mestoverschot verdwijnt illegaal. ZLTO erkent dat. Dus wellicht zijn mestverwerkingsfabrieken toch nodig. Maar voor boeren is het gewoon goedkoper om mest uit te rijden."

Van de belofte van voormalig staatssecretaris van landbouw Henk Bleker om het mestoverschot aan te pakken is niks terechtgekomen, constateert Berkers. "En sinds vorig jaar is het verhaal: als alle mest verwerkt kan worden, is er geen probleem meer en kan de veestapel groeien. Wij zeggen: eerst een stop op het aantal dieren, per deelgebied. Daarna minder dieren en gesloten kringlopen, ook weer per deelgebied. Anders wordt de druk op bepaalde plekken juist nóg groter."

Berkers reikt anderen informatie aan. "Ik haal de landbouwparagrafen uit de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen. Die zetten we dan in onze ledenbrief. Ik zeg nooit wat ik zelf stem en geef dus ook geen stemadvies. Ik laat alleen zien hoe het zit. Mensen moeten zelf een keuze maken." Maar ze moeten dan wel consequent zijn, vindt Berkers. "Als je echt vindt dat er iets moet veranderen in de veesector, als dát echt belangrijk voor je is, stem je niet op bepaalde partijen."

Verantwoordelijkheid nemen dus, en een consistente koers volgen. Berkers wijst op de macht van de grote banken (financiers van veel agrariërs) en supermarkten (prijsbepalers). Ook hier weer: "Als je echt vindt dat verandering nodig is, handel je daar naar. Ik hoop altijd dat mensen zich verdiepen in de mechanismes en dan andere keuzes maken, andere prioriteiten stellen. Als je toch steeds dat goedkope stukje vlees wilt, prima. Maar dan moet je ook niet zeuren." Zelf eet ze weinig vlees en alleen de maatschappelijk verantwoorde varianten.

Het moet dus uiteindelijk van de burgers komen en daarmee van de politiek. Vandaar dat Berkers en haar collega's van Stop de Stank er voor passen plaats te nemen in overlegcommissies zoals de recente mestdialogen. "Dan word je medeverantwoordelijk voor de uitkomsten. Dat kan voor ons niet. Het is goed als de Brabantse Milieu Federatie aanschuift, maar wij moeten onze handen vrij houden, wij moeten druk kunnen blijven zetten."

Het duurde even voor de zestien Brabantse burgergroeperingen op één lijn zaten. "Er vond een soort Poolse landdag plaats. Uiteindelijk was er toch een duidelijke gemene deler: minder beesten." Het burgerplatform stelde een lijst met vragen over mest op voor Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten. "Ik kreeg van alle kanten de vragen en heb ze gebundeld. Uiteindelijk lag er één brief namens zestien burgerorganisaties."

Eind april vond de derde en laatste ronde van de mestdialogen plaats, bedoeld als input voor het nieuwe provinciale mestbeleid. In Gemert werd op bepaalde punten consensus bereikt, maar de vraag blijft wat het concreet gaat opleveren. De insteek is wel aardig: er wordt gebroed op plannen waarbij het aantal dieren niet verder toeneemt én die acceptabel zijn voor de agrarische sector. Het zou wat zijn.